Waarom vermogensbeheerders/(private) banken teleurstellen

De meeste vermogensbeheerders en banken beleggen met teveel risico, omdat de fondsmanager veelal in de eigen behoeften wil voorzien in plaats van beleggen met geduld op basis van fundamentele waarden. De vermogensbeheerder beweert dat hij de benchmark kan verslaan, maar er is wetenschappelijk aangetoond dat de meeste (professionele) beleggers dit nooit over een lange periode kunnen doen (zie hieronder enkele researchpapers hierover). Er zijn namelijk over de hele wereld fondsmanagers en beleggers die allemaal proberen de index te verslaan, dus waarom zou nou net die ene het altijd beter doen. Doordat men ieder jaar weer de benchmark wil verslaan zorgt dit weer voor ongeduldig, risiconemend en opportunistisch korte termijn beleggingsgedrag, waarbij ‘echte’ absolute risico’s niet worden herkend. De vermogensbeheerder heeft met de opdracht de benchmark te verslaan een prikkel om risico te nemen. Bijvoorbeeld, een aandeel met een verwacht rendement dat gelijk is aan dat van de markt en minder risico heeft zal voor een portefeuillemanager onaantrekkelijker zijn dan een aandeel met een verwacht extra rendement met een zeer hoge volatiliteit.

Recente voorbeelden van grote instellingen die onnodig risico namen zijn Lehman Brothers, Bear Stearns of Fortis waar ook hele slimme mensen werken, maar toch buigen voor de hebberigheid en beleggen in risicovolle ontransparante producten met weinig fundament. Gerelateerd hieraan zijn er ook tal van voorbeelden van institutionele beleggers die op een andere manier onnodig risico namen, zoals een bekende fondsmanager die vlak voor het faillissement van Lehman nog eens voor €55 miljoen belegt in zijn obligaties en vervolgens alles verliest, waarvan de beleggers in het fonds uiteindelijk de dupe zijn. Deze beleggingen hadden misschien wel de potentie om veel op te leveren en de benchmark te verslaan als de verwachting uitkomt, maar het absolute risico op een daling was groter.

Dan zijn er ook nog de beleggingsadviseurs van (private) banken die hun klanten beloven een onafhankelijk beleggingsadvies te geven, maar ondertussen hun klanten een ondoordacht standaard beleggingsadvies geven en vaak doorverwijzen naar hun eigen dure beleggingsfondsen die niet altijd de beste keuze voor de klant zijn, maar waar zij wel van hun baas een beloning voor krijgen, omdat er weer een beleggingsproduct is verkocht.



Wetenschappelijke onderzoeken over het gebrek aan (out)performance van fondsmanagers:

  • Bogle, J., The Implications of Style Analysis for Mutual Fund Performance Evaluation, Journal of Portfolio Management, Summer 1998.
  • Brealey R., Stock prices, stock indexes and index funds, Bank of England Quarterly Bulletin: February 2000.
  • Fama, E., Efficient Capital Markets II, Journal of Finance, 46, 1991.
  • Horst, J.R. ter, Proefschrift: Longitudinal Analysis of Mutual Fund Performance, November 1998.
  • Jensen, M.C., The Performance of Mutual Funds in the Period 1945-1964, The Journal of Finance, Volume 23, May 1968.
  • Johnson, M. en Collins, L., When investing passively, do so actively, Journal of Accountancy, January 2000.
  • Malkiel, B. G., Returns from Investing in Equity Mutual Funds 1971 to 1991, The Journal of Finance, Volume 50, Issue 2, June 1995, p 549 - 572.
  • Malkiel, B. en Radisich A., The Growth of Index Funds and the Pricing of Equity Securities, The Journal of Portfolio Management, Winter 2001.
  • Quigley, G. & Sinquefield, R., Performance of UK Equity unit trusts, Journal of Asset Management, Vol 1, Feb 2000.
  • Sharpe, W.F., Mutual Fund Performance, Journal of Business, 39, 1966.
  • Sharpe, W.F., The Arithmetic of Active Management, The Financial Analysts' Journal Vol 47, No 1, Jan/Feb 1991.
  • Swedroe, L., Is it a search for the Holy Grail?, Journal of Accountancy, January 2000.